Uitoefeningsvoorwaarden

Meer info op:

http://www.vigilis.be/upload/documents/dewetNL.pdf

WET VAN 10 APRIL 1990, HOOFDSTUK III “UITOEFENINGSVOORWAARDEN”, ARTIKEL 5-2

Art. 5

De personen die de werkelijke leiding hebben van een onderneming, dienst of instelling, als bedoeld in artikel 1, en de personen die zitting hebben in de raad van bestuur van een onderneming, een instelling of een onderneming die een dienst organiseert die activiteiten beoogt, zoals bedoeld in artikel 1, § 1, eerste lid, 5º, moeten voldoen aan de volgende voorwaarden :

1º niet veroordeeld geweest zijn, zelfs niet met uitstel, behoudens veroordelingen wegens inbreuken op de wetgeving betreffende de politie over het wegverkeer, tot enige correctionele of criminele straf, bestaande uit een geldboete, een werkstraf of een gevangenisstraf.

Personen die soortgelijke, in kracht van gewijsde gegane veroordelingen hebben opgelopen in het buitenland, worden geacht niet aan de hierboven gestelde voorwaarde te voldoen.

Elke onderneming, dienst of instelling, bedoeld in artikel 1, is ertoe gehouden ogenblikkelijk de minister van Binnenlandse Zaken te waarschuwen, zodra zij kennis neemt van het feit dat een persoon ingevolge een in kracht van gewijsde gegane veroordeling niet meer aan deze voorwaarde voldoet, en dient ogenblikkelijk een einde te maken aan elke taak die bij deze onderneming, dienst of instelling door deze persoon wordt vervuld,

2° onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie,

3° hun hoofdverblijfplaats hebben in een lidstaat van de Europese Unie,

4° niet tegelijkertijd werkzaamheden van privé-detective, van wapen of munitiefabrikant, van wapen of munitiehandelaar of enige andere werkzaamheid uitoefenen die, doordat ze wordt uitgeoefend door dezelfde persoon die ook een leidinggevende functie uitoefent, een gevaar kan opleveren voor de openbare orde of voor de in-of uitwendige veiligheid van de Staat,

5° voldoen aan de door de Koning vastgestelde voorwaarden inzake beroepsopleiding en vorming en beroepservaring,

6° sinds vijf jaar geen lid zijn geweest van een politiedienst, zoals bepaald in de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt of van een inlichtingendienst, zoals bepaald in de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten, noch een openbaar ambt hebben bekleed dat voorkomt op een door de Koning te bepalen lijst,

7° volle eenentwintig jaar oud zijn,

8° voldoen aan de veiligheidsvoorwaarden, noodzakelijk voor een leidinggevende functie, en geen feiten gepleegd hebben die, zelfs als ze niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een strafrechtelijke veroordeling, een ernstige tekortkoming van de beroepsdeontologie uitmaken en daarom raken aan het vertrouwen in de betrokkene,

9° niet tegelijkertijd werkzaamheden uitoefenen voor een onderneming of dienst die diensten levert, bedoeld in artikel 1, § 1, eerste lid, 3°, en voor een onderneming of dienst die activiteiten uitvoert voor cafés of dansgelegenheden,

10° niet tegelijkertijd werkzaamheden uitoefenen voor een veiligheidsdienst en voor een onderneming of dienst die activiteiten uitvoert voor cafés of dansgelegenheden,

11° niet tegelijkertijd de werkelijke leiding hebben van een café of dansgelegenheid en van een onderneming die diensten levert, bedoeld in artikel 1, § 1, eerste lid, 5°.

 

De onder 2°, 3° en 5° vermelde voorwaarden gelden niet voor de leden van de raad van bestuur voor zover zij geen deel uitmaken van de werkelijke leiding van de onderneming of instelling.

De onder het 3° vermelde voorwaarde geldt niet voor de beveiligingsondernemingen.

De onder 5º vermelde voorwaarde geldt niet voor ondernemingen voor veiligheidsadvies en opleidingsinstellingen.

Art. 6

De personen die in een onderneming, dienst of instelling, bedoeld in artikel 1 een andere functie uitoefenen dan die welke beoogd worden in artikel 5, moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:

1° niet veroordeeld geweest zijn, zelfs niet met uitstel, tot een gevangenisstraf van ten minste zes maanden wegens enig misdrijf, tot een gevangenisstraf of een andere straf wegens diefstal, heling, afpersing, misbruik van vertrouwen, oplichting, valsheid in geschriften, opzettelijke slagen en verwondingen, aanranding van de eerbaarheid, verkrachting, of misdrijven, bepaald bij de artikelen 379 tot 386ter van het Strafwetboek, bij artikel 227 van het Strafwetboek, bij artikel 259bis van het Strafwetboek, bij de artikelen 280 en 281 van het Strafwetboek, bij de artikelen 323, 324 en 324ter van het Strafwetboek, bij de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van de giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en haar uitvoeringsbesluiten, de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie en haar uitvoeringsbesluiten, de wet van 8 december 1992 betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, of de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme en xenofobie ingegeven daden.

Personen die activiteiten uitoefenen zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, §§ 1, 6º, 6 en 8, mogen, in afwijking van het eerste lid, niet veroordeeld zijn, zelfs niet met uitstel, behoudens veroordelingen wegens inbreuken op de wetgeving betreffende de politie over het wegverkeer, tot enige correctionele of criminele straf, bestaande uit een geldboete, een werkstraf of een gevangenisstraf.

Personen die soortgelijke in kracht van gewijsde gegane veroordelingen hebben opgelopen in het buitenland, worden geacht niet aan de hierboven gestelde voorwaarde te voldoen.

Iedere persoon die ingevolge een in kracht van gewijsde gegane veroordeling niet meer aan deze voorwaarde voldoet is gehouden hiervan onmiddellijk de personen die de werkelijke leiding hebben van de onderneming, dienst of instelling op de hoogte te brengen.

De onderneming, dienst of instelling is gehouden ogenblikkelijk de minister van Binnenlandse Zaken te waarschuwen, zodra de onderneming, dienst of instelling kennis heeft van het feit dat een persoon ingevolge een in kracht van gewijsde gegane veroordeling niet meer aan deze voorwaarde voldoet, en dient ogenblikkelijk een einde te maken aan elke taak die bij deze onderneming, dienst of instelling door deze persoon wordt vervuld,

2° onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie,

3° hun hoofdverblijfplaats hebben in een lidstaat van de Europese Unie,

4° niet tegelijkertijd werkzaamheden van privé-detective, van wapen of munitiefabrikant, van wapen of munitiehandelaar of enige andere werkzaamheid uitoefenen die, doordat ze wordt uitgeoefend door deze zelfde persoon die ook een uitvoerende functie uitoefent, een gevaar kan opleveren voor de openbare orde of voor de in-of uitwendige veiligheid van de Staat,

5° voldoen aan de door de Koning vastgestelde voorwaarden inzake beroepsopleiding en –vorming, beroepservaring en medisch en psychotechnisch onderzoek,

6° sinds vijf jaar geen lid zijn geweest van een politiedienst, zoals bepaald in de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt of van een openbare inlichtingendienst, zoals bepaald in de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op politie inlichtingendiensten, noch een openbaar ambt hebben bekleed dat voorkomt op een door de Koning te bepalen lijst,

7° volle achttien jaar oud zijn,

8° voldoen aan de veiligheidsvoorwaarden, noodzakelijk voor een uitvoerende functie, en geen feiten gepleegd hebben die, zelfs als ze niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een strafrechtelijke veroordeling, een ernstige tekortkoming van de beroepsdeontologie uitmaken en daarom raken aan het vertrouwen in de betrokkene,

9° niet tegelijkertijd werkzaamheden uitoefenen voor een onderneming of dienst die diensten levert, bedoeld in artikel 1, § 1, eerste lid, 3°, en voor een onderneming of dienst die activiteiten uitvoert voor cafés of dansgelegenheden,

10° niet tegelijkertijd werkzaamheden uitoefenen voor een veiligheidsdienst en voor een onderneming of dienst die activiteiten uitvoert voor cafés of dansgelegenheden.

 

De in het eerste lid onder het 2°, 3° en 5° vermelde voorwaarden gelden niet voor het administratief of logistiek personeel van de in dit artikel bedoelde ondernemingen, diensten en instellingen. Wordt als administratief en logistiek personeel beschouwd in de zin van deze wet, het personeel dat op geen enkele wijze deelneemt aan de uitoefening van de activiteiten opgesomd in artikel 1.

De in het eerste lid onder het 2º en 3º, vermelde voorwaarden, alsook de onder het 5º bedoelde voorwaarden betreffende het medisch en psychotechnisch onderzoek zijn niet van toepassing op het personeel van de beveiligingsondernemingen en van de opleidingsinstellingen.

De onder 5º vermelde voorwaarde geldt niet voor het personeel van ondernemingen voor veiligheidsadvies.

De onder 6º vermelde voorwaarde geldt niet voor het personeel van opleidingsinstellingen. De voorwaarden gesteld in artikel 5 en in onderhavig artikel moeten cumulatief vervuld worden door de personen die tegelijkertijd leidinggevende en uitvoerende functies uitoefenen.

 

Solliciteer online!

Developed by zeropoint.it